Rug

De rug is een ingewikkeld bouwwerk. Hij bestaat uit wervels, tussenwervelschijven, spieren en banden. De rugwervels zijn niet zomaar los op elkaar gestapeld. Ze zijn verbonden door banden (enigszins elastisch materiaal) en spieren. Deze zorgen voor stabiliteit. De rug draagt veel gewicht. Daarom moet hij stevig zijn en niet zomaar in elkaar kunnen zakken. Bij een gezonde rug is er een goede balans tussen mobiliteit (beweeglijkheid) en stabiliteit (stijfheid).

Tussen de (hardere) wervels zitten de (zachtere) tussenwervelschijven. Deze tussenwervelschijven fungeren als een soort flexibele “schokdempers” die ervoor zorgen dat een rug niet stijf is, maar mee kan bewegen met het lichaam. Zo’n tussenwervelschijf bestaat uit een kern van vloeistof, die omringd wordt door stevige kraakbeenringen.

 

De banden aan de achterkant zijn meestal ‘ontspannen’ tijdens het lopen en staan. Bij het krommen (bol maken) van de rug komen ze onder spanning te staan. Als de tussenwervelschijven langdurig en vaak onder spanning staan, kunnen ze rugklachten veroorzaken.

Klachten in de lage rug

Vier op de vijf mensen krijgt wel eens te maken met ‘lage rugpijn’. De klachten doen zich voor tussen de onderste ribben en de bilplooi. Het gaat hier om een ‘gewone’ rugpijn, dus zonder duidelijk aanwijsbare oorzaak. Bij ongeveer 5 procent van de mensen met lage rugpijn is er wél een specifieke oorzaak aan te tonen. Er kan dan sprake zijn van een hernia (prikkeling van een zenuwwortel in de rug, vaak door uitpuiling van een tussenwervelschijf) of slijtage van de ruggenwervels door artrose. Soms kan de pijn nog lager in de rug bij het bekken aanwezig zijn. Dan gaat het meestal om een blokkade van het SI-gewricht (‘sacro-illicaal gewricht’: zit tussen heiligbeen en darmbeen). Dan kan de pijn uitstralen naar de bil, lies of been.

Eén van de meest voorkomende vormen van lage rugpijn is ‘lumbago’ (spit). Bij deze aandoening schiet bij een verkeerde beweging plotseling pijn in de onderrug. U hebt dan het gevoel dat uw rug op ‘slot’ zit en dat u zich niet meer kunt bewegen. Dit gaat door rust, medicijnen en fysiotherapie meestal binnen enkele dagen weer over. Ook stress, slechte lichamelijk conditie en veel autorijden zouden lage rugpijn kunnen uitlokken.

Het belangrijkste symptoom van lage rugpijn is pijn in de onderrug. Deze kan uitstralen naar uw bil of bovenbeen. De onderrug voelt pijnlijk aan bij het zitten, staan en bewegen. Bij het maken van bepaalde bewegingen kan de pijn toenemen. Er kan eveneens sprak zijn van ochtendstijfheid. De pijn kan voortdurend aanwezig zijn of zich gedurende periodes voordoen. Er wordt over chronische lage rugpijn gesproken als zo’n klachtenperiode langer dan drie maanden duurt. Hierbij is fysiotherapie zinvol voor mobilisatie, stabiliserende oefeningen, bewegings- en belastingsinformatie.

Specifieke lage rugklachten zijn rugklachten door bijvoorbeeld een hernia of spierscheur. Aspecifieke lage rugklachten zijn klachten aan de lage rug zonder echte aanwijsbare oorzaak, bijvoorbeeld door kou of overbelasting.

Lage rugpijn gaat meestal na verloop van tijd weer vanzelf over. In de regel verdwijnen de klachten bij 90 procent van de mensen weer vanzelf binnen zes weken. Het is daarna wel zaak om te leren de rug minder of anders te belasten, om te voorkomen dat de klachten weer terugkeren. Het is belangrijk om gedoseerd te blijven bewegen bij aspecifieke lage rugklachten. Aangeraden wordt om regelmatig een stukje te wandelen en oefeningen voor uw rug te doen om de spieren sterker en soepeler te maken. Een fysiotherapeut kan u daarbij helpen.